Vertrouwen bij samenwerking

In het kader van een studie Managementwetenschappen heb ik een aantal jaren geleden een onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van vertrouwen in samenwerkingsrelaties. Ik heb naar aanleiding daarvan in 2014 ook een publicatie gemaakt over de ontwikkeling van thin trust en thick trust in een relatie tussen verschillende organisaties. Onlangs zag ik in een opdracht voor samenwerking dat dit onderzoek nog steeds interessant kan zijn. Daarom publiceer ik deze ook op mijn website.

Vertrouwen bij samenwerking – ontwikkeling van thin trust en thick trust in samenwerkingsrelaties

Nieuwe richting en nieuwe website

De jaarwisseling 2016-2017 is voor mij het moment om de focus iets te verleggen. Geen revolutie, maar een kleine koerswijziging in mijn werk. Ik heb de laatste jaren vooral gewerkt als interim-manager, programmamanager en adviseur op het snijvlak van dienstverlening, bedrijfsvoering en ICT. Dat is een prachtig vakgebied waar ik naar mijn eigen mening een toegevoegde waarde heb en waaraan ik veel voldoening en werkplezier ontleen. Ik blijf dat dan ook onverminderd doen.

Ik heb parallel daaraan en ook in eerdere rollen en functies veel van doen gehad met vraagstukken rond verandermanagement en organisatieontwikkeling. Ik heb de laatste jaren ervaren dat een organisatie die bij de tijd wil blijven zich meer dan ooit moet blijven ontwikkelen en het aanpassen aan veranderingen als een normaal verschijnsel moet zien. En juist dit is een vakgebied waar ik de meeste energie uit haal en waarin ik via scholing en ervaring het nodige inzicht heb verworven. Door het werken aan veranderingen en het ontwikkelen van de organisatie te koppelen aan nieuwe mogelijkheden van de dienstverlening komt een krachtig mengsel vrij. Om blijvend te veranderen en verder te ontwikkelen is leiderschap nodig. Het leiden van een organisatie met zelfstandige en zelfbewuste medewerkers vraagt om leiderschap met visie en een mensgerichte benadering. Het is mijn uitdaging vorm te geven aan duurzame veranderingen en een duurzame ontwikkeling van organisaties, diens managers en diens medewerkers. Daarom een focus op verandermanagement, organisatieontwikkeling en leiderschap.

Deze verlegging van de focus is tevens de aanleiding om mijn website daarop aan te passen. Op 22 december 2016 is de nieuwe website gepubliceerd.

Teeven-deal: een stinkende zaak?

Anouchka van Miltenburg treedt af als voorzitter van de Tweede Kamer. Hoogst ongebruikelijk en zeer vreemd. Ze is er achter gekomen dat ze grote fouten heeft gemaakt in de zogenaamde Teeven-deal en daardoor niet meer geloofwaardig als Kamervoorzitter kan fungeren. Dat is op zich te respecteren en ik vind ook dat ze een juiste conclusie heeft getrokken. Hoe pijnlijk ook voor haar zelf, mevrouw Van Miltenburg trekt terecht de conclusie dat ze ernstig is tekort geschoten in haar functie. Zo erg zelfs dat ze niet eens meer verantwoording kan afleggen aan de Tweede Kamer waarom ze heeft gehandeld zoals ze heeft gedaan. Ze ziet zelf al in dat ze zulke grote fouten heeft gemaakt dat een geloofwaardige uitleg niet meer mogelijk is.

Ik vond haar “persconferentie” waarin ze haar aftreden bekend maakte echter van een zeer laag niveau. Ze rept over vertrouwen dat in haar is gesteld, vindt kennelijk toch nog dat ze geen fouten heeft gemaakt en zegt dat ze nu precies weer zo zou handelen als ze gedaan heeft. Terwijl de commissie Oosting duidelijk is in haar oordeel: mevrouw Van Miltenburg heeft grote fouten gemaakt. Dat betekent dat ze dus aftreedt, maar eigenlijk vindt dat ze juist heeft gehandeld. Voor de voorzitter van de Tweede Kamer, nota bene bij uitstek de plaats voor discussie en verantwoording, is dat een hele rare stap. Dit is niet uit te leggen en het druist in tegen alle democratische beginselen.

Het kan bijna niet anders dan dat er meer speelt in deze zaak. Veel kopstukken uit de VVD hebben zich al met deze kwestie ingelaten en  er heerst een waas aan onduidelijkheden en dubieuze zaken. Als zelfs de voorzitter van de Tweede Kamer al niet meer haar eigen handelen kan, mag of wil verantwoorden, wat is er dan in vredesnaam aan de hand? Als burger van Nederland wil ik dat weten. Daar heb ik, nee, daar hebben wij allemaal recht op. Het is inmiddels een zaak van het hoogste politieke niveau geworden en het stinkt aan alle kanten. In zo’n situatie is er maar één functionaris die alle antwoorden kan en moet geven en dat is de minister-president zelf. Premier Rutte is ook van de VVD en heeft nu de kans van zijn leven om voor eens en voor altijd deze kwestie tot op de bodem uit te leggen en de stinkende lucht te laten verdwijnen. Het is zijn plicht tegenover ons allemaal en ik wens hem veel succes toe!

Boeddha’s Brein, een boek over mindfulness

Afgelopen weken heb ik het boek Boeddha’s Brein* van de Amerikaanse auteur Rick Hanson gelezen. Het is een indrukwekkend boek en zelden heb ik zo veel inzichten in één boek opgedaan als in deze uitgave van de neuropsycholoog Rick Hanson, die ook meditatieleraar is. Op een begrijpelijke, interessante, soms zelfs humoristische wijze geeft Hanson blijkt van een grote kennis van mindfulness en wat dat voor een mens kan betekenen. En hij koppelt dit aan moderne wetenschappelijke inzichten uit de neuropsychologie, waardoor het boek aan kracht wint.

In Boeddha’s Brein geeft Hanson praktische informatie over mindfulness en meditatie en hij geeft een kijkje in de wereld van het boeddhisme, echter zonder daarbij moraliserend te zijn of het boeddhisme te propageren boven andere overtuigingen of visies. Het lijden en het kennen van de oorzaak van het lijden, kernpunten in het boeddhisme, gaan elk mens aan. De schrijver slaagt erin de oorzaken van ons lijden duidelijk te maken en laat zien welke alternatieven er zijn om aan het lijden te ontkomen. Ik ken uit verhalen van andere mensen en ook uit eigen ervaringen de grote kracht van meditatie en het hebben van aandacht voor het hier en nu, maar Hanson gaat veel verder dan het vertellen dat meditatie en mindfulness heilzaam kan zijn. Hij maakt de verbinding met de werking van onze hersenen en toont op basis van wetenschappelijke publicaties aan waarom het heilzaam werkt en wat de fysieke uitwerking is van meditatie op onze hersenen. Ik ben zelf aanzienlijk meer rationeel ingesteld dan dat ik mij door gevoel laat leiden en de combinatie van oude oosterse inzichten aan recente wetenschappelijke inzichten heeft mij meer dan welk ander boek ook geraakt en veranderd. Ik breng twee onderwerpen specifiek naar voren.

Hanson zegt dat sommige gebeurtenissen ervoor zorgen dat ons brein een pijl afschiet. Oude delen van de hersenen met onder meer de amygdala en de hippocampus brengen processen op gang die ons strijdbaar of bang maken of stress veroorzaken. Deze eerste pijl kunnen we niet beïnvloeden. Mensen hebben onder meer via de veel later ontstane prefrontale cortex ook hersendelen waarop wij zelf invloed kunnen uitoefenen. Rick Hanson voert bewijs aan dat mindfulness en meditatie fysiologische veranderingen in die hersendelen kunnen bewerkstelligen. Hierdoor hebben wij echt aantoonbaar invloed op ons eigen gevoel en gedrag en kunnen we ons erin trainen of en hoe wij een tweede pijl door ons brein laten afschieten.

Hanson haalt een verhaal aan van een oude indiaanse vrouw die zegt dat ze twee wolven in haar hart heeft. Een wolf van liefde en een wolf van haat. Ik vind ook dat een geniale gedachte. Hebben we niet allemaal gevoelens van haat en gevoelens van liefde? Door de wolf van liefde meer aandacht te geven en goed te voeden zal deze de baas worden in ons hart. Ook dat is mindful, want wat wij in het Engels c.q. in de westerse wereld mindful noemen is gebaseerd op een Aziatisch begrip dat ook als heartful kan worden vertaald. Misschien kunnen we letterlijk ons hart niet veranderen, maar onze hersenen wel. Door bewust en mindful te leven voeden wij ons figuurlijke hart op de juiste wijze.

Ik kan elk mens aanbevelen het boek van Rick Hanson te lezen.

 

Boeddha’s Brein; Hoe mindfulness je hersens en je leven kan veranderen. Auteur: Rick Hanson PhD. Vijfde druk, 2014. Oorspronkelijke titel: Buddha’s Brain; The practical neuroscience of happiness, love and wisdom. Copyright in Nederland: Uitgeverij Ten Have.

Manager of adviseur

Het is mijn voortdurende innerlijke strijd: ben ik (interim-)manager of ben ik adviseur? Ik heb na enkele ambtelijke rollen bij gemeenten en waterschappen ruim 12 jaar voor adviesbureau BMC gewerkt en sinds een jaar doe ik het zelfstandig – werken als interim-manager … of als adviseur.

Bij BMC kwam ik in 2000 binnen als adviseur; mijn eerste grote opdracht was ICT manager en daarnaast leidde ik een onderzoek. En ja, men wist me ook wel te vinden om ergens een mening over te hebben of over te adviseren. Begin 2003 kreeg ik een rol als crisis-manager; snel de situatie onderzoeken, adviseren over wat te doen, besluiten nemen en verantwoordelijkheid nemen. Jeetje, was ik dan alles ineen? Het leidde ertoe dat ik bij die organisatie meer dan drie jaar volledig als manager bleef werken, weliswaar in verschillende rollen. Toen ik in 2007 de interne overstap maakte naar een groep die zich vooral op de regio’s en op interim-management zou richten dacht ik dat ik de snelweg van het management was opgereden, met weinig afslagen naar advieswerk. Tsja, vanaf die tijd heb ik enkele jaren prachtig werk gedaan … als adviseur.

Manager of adviseur, maakt het wat uit? Wel wat betreft de opvatting en invulling van de taak. Als manager doe je vaak dingen die een adviseur niet in zijn hoofd moet halen. Als adviseur kun je soms dingen roepen die een manager niet in zijn hoofd moet halen. Maar beide vragen om kennis en vaardigheden die wel heel veel op elkaar lijken; je moet het alleen bewust inzetten. Dat maakt het spannend en een uitdagende combinatie. Ik heb nu anderhalf jaar als manager gefungeerd, morgen de start van een aanvullende opdracht als adviseur bij de provincie Overijssel. Twee opdrachten, twee rollen, twee maal genieten.

Zeg maar gewoon Albert, manager, adviseur en een beetje onderzoeker!

Foei foei zorg-graaiers!

Ik gun iedereen een goed salaris. Heb je veel geleerd, veel ervaring, draag je veel verantwoordelijkheid, breng je iets extra’s mee? Dan gun ik je zelfs een uitstekend salaris. Maar er zijn grenzen!

Ik geloof vandaag mijn eigen ogen niet. Ik zie vanmorgen de Actiz 50 van de Abvakabo FNV en word daar echt niet goed van. Ik wil me niet schuldig maken aan het schelden op mensen of het ongenuanceerd beschimpen van mensen die wat meer geld hebben dan ik. Maar als ik zie dat er meer dan 50 bestuurders en managers in de zorg zijn die meer dan twee ton per jaar opstrijken en daarvan enkelen zelfs meer dan drie ton of fors meer, dan moet ik me inhouden om netjes te blijven. Ik ben boos. Ik zal echter netjes blijven, maar ….

Als je als manager op verantwoorde wijze in de zorg wilt werken, dan moet je bescheidenheid tonen en op zijn minst een goed voorbeeld zijn. Wil je alleen maar werken voor meer dan 2 ton, dan hoor je niet in de zorg thuis. Overigens ook niet in het onderwijs, ook niet in de volkshuisvesting en wat mij betreft nergens waar de overheid geld in steekt. Als je goed werk levert in een commercieel bedrijf en daar kennelijk veel geld waard bent, ligt het anders; als een particulier je een vorstelijke beloning wil geven, dan gaan jullie maar mooi je gang. Maar als jij of je werkgever ook maar één euro van de overheid of via collectieve fondsen krijgt, dan past daar geen graai-instelling bij. Foei toch!

Ik ben nog niet klaar. Voor zover ik kan zien is er altijd wel een raad van toezicht of een vergelijkbaar instituut dat kennelijk besluit dergelijke exorbitante bedragen te betalen. Mooi uitdelen, het is geld van een ander. Commissarissen en toezichthouders, u bent mede schuldig, zo niet de hoofdschuldige aan deze excessen. Nog een keer foei toch!

In de zorg, waar medewerkers en patiënten soms letterlijk tot op het bot worden uitgekleed, en in andere bedrijfstakken in de collectieve sector passen geen graaiers. Mensen met hart voor de zaak wel. Overigens ook goede managers en daarbij past een prima inkomen, daar zal ik niet over vallen. Maar het is een schande als je meer dan 2 ton durft te vragen. En volgens mij heeft de minister-president zo ongeveer de zwaarste baan; in de collectieve sector hoeft niemand meer dan hij te verdienen.

Management by wrong choices

Hoewel ik heel wat Engelstalige literatuur heb verslonden blijf ik doorgaans vasthouden aan Nederlandse benamingen. Wij zijn per slot van rekening in Nederland en hebben een eigen taal. Maar termen als ‘management by exceptions’ en vooral ‘management by walking around’ zijn te mooi om te vertalen. Ik voeg er één aan toe, namelijk management by wrong choices’. Voor de definitie daarvan verwijs naar de huidige regering Rutte 2.

Ik ben geen tegenstander van het kabinet met VVD en PvdA en vind dat een logisch kabinet gelet op de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Op een aantal terreinen vind ik het ook een uitstekend kabinet; de vlag in top voor Frans Timmermans en Jeroen Dijsselbloem! Maar waar men nu mee bezig is snap ik gewoon niet. Wat te denken van de woningmarkt? Een redelijke verhuurderheffing vind ik acceptabel, maar waarom moet de regering de woningcorporaties qua werk en beeldvorming kapot maken, terwijl juist die corporaties de sleutel kunnen zijn tot een herstel in de bouwsector? Stimuleer dat! Wat te denken van een rücksichtlose (verdorie, toch weer buitenlands) sluiting van gevangenissen en tbs-instellingen zoals Veldzicht in mijn eigen gemeente? Terwijl we de functie van die instellingen keihard nodig hebben en de duizenden specialistische medewerkers en hun banen moeten koesteren. Waarom doet de regering dat? Er moet geld binnen komen en de overheid moet kleiner, daarom zeker. Maar door je eigen economie nog verder de nek om te draaien en een prima justitieel apparaat af te breken ben je niet goed bezig. Financieel management is het wel, maar kortzichtig en door verkeerde keuzes te maken. Daarom nogmaals: management by wrong choices; afgekort MbyWC.

Verplicht naar 100.000+ gemeenten

Annemarie Jorritsma (burgemeester van Almere en voorzitter van de VNG) is laaiend op de minister. Volgens Binnenlands Bestuur fulmineert ze zelfs, wat dat ook moge wezen. De PvdA burgemeester van Noordenveld is ook laaiend. Of hij ook fulmineert weet ik niet, maar in elk geval overweegt hij het lidmaatschap van de PvdA op te zeggen. Maar is dat dan zo erg als er alleen maar gemeenten van meer dan 100.000 inwoners zijn? En is het dan zo erg dat al die kleine en die middelgrote gemeenten verdwijnen? Er is veel voor te zeggen om alleen maar krachtige grote gemeenten te hebben, omdat er heel veel van gemeenten wordt gevraagd. De komende tijd zal dat alleen nog maar toenemen. Was het overigens mevrouw Jorritsma niet die met haar commissie in 2005 vond dat de gemeente dé ingang voor dé overheid moest zijn? Zij is dus mede debet aan het feit dat gemeenten steeds meer taken krijgen, die ze nu kennelijk niet aan kunnen.

Hier gaat het wat mij betreft echter niet om. Waar het wel om gaat is dat je goed moet weten wat je met een gemeente wilt en hoe je die lagere overheid als burger moet zien. Ik ben ervan overtuigd dat burgers steeds meer vervreemden van hun lokale politiek als de gemeente steeds groter wordt. Nee, voor een Amsterdammer maakt het niet uit, voor een Groninger of Eindhovenaar ook niet; die voelen zich betrokken bij hun grote stad en dat zal niet veranderen. Maar wat te denken van de man in Roden; het zijn van een Noordenvelder is al erg genoeg. Straks is hij misschien een Noord-Drent. Tsja, dan kan het lokale bestuur je weinig schelen. En ik zelf? Hardenberger voel ik me wel, maar straks word ik misschien een Vechtdaller. Ik vind Dalfsen een mooie plaats, maar ik heb, althans op dit moment, niet veel gevoel bij de vraag of 35 kilometer verderop wel of geen buurthuis komt. Geen gevoel meer hebben bij je eigen gemeente is niet goed. Die onvermijdelijke vervreemding van je eigen gemeente vind ik wel zorgelijk. Dat vind ik erger dan dat een gemeente al zijn taken niet helemaal zelf kan doen. Daar zijn ook samenwerkingsverbanden voor te bedenken. Vind je het niet belangrijk dat een gemeente de eerste overheid is die dicht bij de burger staat, dan is ook de vervreemding ervan minder belangrijk. Maar zou je dan niet beter het hele fenomeen gemeente kunnen afschaffen? Ik ben daar nog niet aan toe. Ik fulmineer niet, maar het verplicht moeten opschalen naar gemeenten met meer dan 100.000 inwoners vind ik een slechte zaak. Vrijwillig fuseren is prima, maar laat een gemeente dicht bij de burger, ook al telt die gemeente maar 50.000 mensen.

Ondernemer!

Enkele weken geleden ben ik gestart met een eigen bedrijf. En vanaf vandaag gaat het echte werk beginnen. Na 12 jaar te hebben gewerkt vanuit een groot adviesbureau doe ik het vanaf nu geheel zelfstandig. Vanuit Van Nuil Management & Organisatie werk ik hoofdzakelijk als manager, organisatieadviseur en onderzoeker. Ik kan nu mijn ideeën, kennis en ervaring gebruiken op een wijze die ik helemaal zelf wil. Maar geen vaste inkomsten meer, ik moet nu zelf opdrachten zien te krijgen. Dat is mooi, dat is lastig, dat is spannend. Ik heb er zin in!