Marianne Thieme als enige scherp en vernieuwend

De algemene politieke beschouwingen 2016. Saaie lange debatten, interrupties voor eigen belang, start van de verkiezingen, herhaling van stokpaardjes, vergroten van afstand, kop in het zand steken. Of toch meer dan dat? Ik ben aangenaam verrast door Marianne Thieme, de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren. Ik blijf die naam (die van de partij bedoel ik) maar niets vinden en het stoot me een beetje af. De niet aflatende strijd voor dierenrechten steun ik overigens voor de volle 100 procent! Wat was die Marianne goed de afgelopen week. Scherp in het debat met premier Rutte. Zij durfde het aan om thema’s als CETA en TTIP te berde te brengen en de vinger op de zere plek te leggen; Rutte ging ervan stotteren en de kritiek met zijn bekende humor en vaardigheid omzeilen. Marianne sprak ook over het universele basisinkomen en wederom was ze erg goed en legde zij de problematiek welbespraakt bloot met een goed onderbouwd verhaal. En de opstelling van het kabinet rond het Oekraïne-referendum? Marianne was weer duidelijk, hard en scherp. Marianne Thieme was van alle politici de enige die echt aan de kaak wist te stellen wat er mis is in onze politiek. Namelijk dat we niet moeten pikken dat grote kapitalistische bedrijven de baas worden over onze regels. Dat we niet moeten pikken dat onze aarde en ons voedsel worden kapot gemaakt voor geldelijk gewin. Dat we echt sociaal moeten zijn en niet alleen vanuit een gedachte van vrijgevigheid. Dat het tijd is om anders te gaan denken en doen en dat we niet blijven ronddraaien in het bekende economische cirkeltje. Die Marianne Thieme en die partij … nou vooruit dan, die Partij voor de Dieren, hebben mijn sympathie gewonnen en ik ga ze de komende maanden maar eens goed volgen.

Teeven-deal: een stinkende zaak?

Anouchka van Miltenburg treedt af als voorzitter van de Tweede Kamer. Hoogst ongebruikelijk en zeer vreemd. Ze is er achter gekomen dat ze grote fouten heeft gemaakt in de zogenaamde Teeven-deal en daardoor niet meer geloofwaardig als Kamervoorzitter kan fungeren. Dat is op zich te respecteren en ik vind ook dat ze een juiste conclusie heeft getrokken. Hoe pijnlijk ook voor haar zelf, mevrouw Van Miltenburg trekt terecht de conclusie dat ze ernstig is tekort geschoten in haar functie. Zo erg zelfs dat ze niet eens meer verantwoording kan afleggen aan de Tweede Kamer waarom ze heeft gehandeld zoals ze heeft gedaan. Ze ziet zelf al in dat ze zulke grote fouten heeft gemaakt dat een geloofwaardige uitleg niet meer mogelijk is.

Ik vond haar “persconferentie” waarin ze haar aftreden bekend maakte echter van een zeer laag niveau. Ze rept over vertrouwen dat in haar is gesteld, vindt kennelijk toch nog dat ze geen fouten heeft gemaakt en zegt dat ze nu precies weer zo zou handelen als ze gedaan heeft. Terwijl de commissie Oosting duidelijk is in haar oordeel: mevrouw Van Miltenburg heeft grote fouten gemaakt. Dat betekent dat ze dus aftreedt, maar eigenlijk vindt dat ze juist heeft gehandeld. Voor de voorzitter van de Tweede Kamer, nota bene bij uitstek de plaats voor discussie en verantwoording, is dat een hele rare stap. Dit is niet uit te leggen en het druist in tegen alle democratische beginselen.

Het kan bijna niet anders dan dat er meer speelt in deze zaak. Veel kopstukken uit de VVD hebben zich al met deze kwestie ingelaten en  er heerst een waas aan onduidelijkheden en dubieuze zaken. Als zelfs de voorzitter van de Tweede Kamer al niet meer haar eigen handelen kan, mag of wil verantwoorden, wat is er dan in vredesnaam aan de hand? Als burger van Nederland wil ik dat weten. Daar heb ik, nee, daar hebben wij allemaal recht op. Het is inmiddels een zaak van het hoogste politieke niveau geworden en het stinkt aan alle kanten. In zo’n situatie is er maar één functionaris die alle antwoorden kan en moet geven en dat is de minister-president zelf. Premier Rutte is ook van de VVD en heeft nu de kans van zijn leven om voor eens en voor altijd deze kwestie tot op de bodem uit te leggen en de stinkende lucht te laten verdwijnen. Het is zijn plicht tegenover ons allemaal en ik wens hem veel succes toe!

Foei foei zorg-graaiers!

Ik gun iedereen een goed salaris. Heb je veel geleerd, veel ervaring, draag je veel verantwoordelijkheid, breng je iets extra’s mee? Dan gun ik je zelfs een uitstekend salaris. Maar er zijn grenzen!

Ik geloof vandaag mijn eigen ogen niet. Ik zie vanmorgen de Actiz 50 van de Abvakabo FNV en word daar echt niet goed van. Ik wil me niet schuldig maken aan het schelden op mensen of het ongenuanceerd beschimpen van mensen die wat meer geld hebben dan ik. Maar als ik zie dat er meer dan 50 bestuurders en managers in de zorg zijn die meer dan twee ton per jaar opstrijken en daarvan enkelen zelfs meer dan drie ton of fors meer, dan moet ik me inhouden om netjes te blijven. Ik ben boos. Ik zal echter netjes blijven, maar ….

Als je als manager op verantwoorde wijze in de zorg wilt werken, dan moet je bescheidenheid tonen en op zijn minst een goed voorbeeld zijn. Wil je alleen maar werken voor meer dan 2 ton, dan hoor je niet in de zorg thuis. Overigens ook niet in het onderwijs, ook niet in de volkshuisvesting en wat mij betreft nergens waar de overheid geld in steekt. Als je goed werk levert in een commercieel bedrijf en daar kennelijk veel geld waard bent, ligt het anders; als een particulier je een vorstelijke beloning wil geven, dan gaan jullie maar mooi je gang. Maar als jij of je werkgever ook maar één euro van de overheid of via collectieve fondsen krijgt, dan past daar geen graai-instelling bij. Foei toch!

Ik ben nog niet klaar. Voor zover ik kan zien is er altijd wel een raad van toezicht of een vergelijkbaar instituut dat kennelijk besluit dergelijke exorbitante bedragen te betalen. Mooi uitdelen, het is geld van een ander. Commissarissen en toezichthouders, u bent mede schuldig, zo niet de hoofdschuldige aan deze excessen. Nog een keer foei toch!

In de zorg, waar medewerkers en patiënten soms letterlijk tot op het bot worden uitgekleed, en in andere bedrijfstakken in de collectieve sector passen geen graaiers. Mensen met hart voor de zaak wel. Overigens ook goede managers en daarbij past een prima inkomen, daar zal ik niet over vallen. Maar het is een schande als je meer dan 2 ton durft te vragen. En volgens mij heeft de minister-president zo ongeveer de zwaarste baan; in de collectieve sector hoeft niemand meer dan hij te verdienen.

Management by wrong choices

Hoewel ik heel wat Engelstalige literatuur heb verslonden blijf ik doorgaans vasthouden aan Nederlandse benamingen. Wij zijn per slot van rekening in Nederland en hebben een eigen taal. Maar termen als ‘management by exceptions’ en vooral ‘management by walking around’ zijn te mooi om te vertalen. Ik voeg er één aan toe, namelijk management by wrong choices’. Voor de definitie daarvan verwijs naar de huidige regering Rutte 2.

Ik ben geen tegenstander van het kabinet met VVD en PvdA en vind dat een logisch kabinet gelet op de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Op een aantal terreinen vind ik het ook een uitstekend kabinet; de vlag in top voor Frans Timmermans en Jeroen Dijsselbloem! Maar waar men nu mee bezig is snap ik gewoon niet. Wat te denken van de woningmarkt? Een redelijke verhuurderheffing vind ik acceptabel, maar waarom moet de regering de woningcorporaties qua werk en beeldvorming kapot maken, terwijl juist die corporaties de sleutel kunnen zijn tot een herstel in de bouwsector? Stimuleer dat! Wat te denken van een rücksichtlose (verdorie, toch weer buitenlands) sluiting van gevangenissen en tbs-instellingen zoals Veldzicht in mijn eigen gemeente? Terwijl we de functie van die instellingen keihard nodig hebben en de duizenden specialistische medewerkers en hun banen moeten koesteren. Waarom doet de regering dat? Er moet geld binnen komen en de overheid moet kleiner, daarom zeker. Maar door je eigen economie nog verder de nek om te draaien en een prima justitieel apparaat af te breken ben je niet goed bezig. Financieel management is het wel, maar kortzichtig en door verkeerde keuzes te maken. Daarom nogmaals: management by wrong choices; afgekort MbyWC.

Verplicht naar 100.000+ gemeenten

Annemarie Jorritsma (burgemeester van Almere en voorzitter van de VNG) is laaiend op de minister. Volgens Binnenlands Bestuur fulmineert ze zelfs, wat dat ook moge wezen. De PvdA burgemeester van Noordenveld is ook laaiend. Of hij ook fulmineert weet ik niet, maar in elk geval overweegt hij het lidmaatschap van de PvdA op te zeggen. Maar is dat dan zo erg als er alleen maar gemeenten van meer dan 100.000 inwoners zijn? En is het dan zo erg dat al die kleine en die middelgrote gemeenten verdwijnen? Er is veel voor te zeggen om alleen maar krachtige grote gemeenten te hebben, omdat er heel veel van gemeenten wordt gevraagd. De komende tijd zal dat alleen nog maar toenemen. Was het overigens mevrouw Jorritsma niet die met haar commissie in 2005 vond dat de gemeente dé ingang voor dé overheid moest zijn? Zij is dus mede debet aan het feit dat gemeenten steeds meer taken krijgen, die ze nu kennelijk niet aan kunnen.

Hier gaat het wat mij betreft echter niet om. Waar het wel om gaat is dat je goed moet weten wat je met een gemeente wilt en hoe je die lagere overheid als burger moet zien. Ik ben ervan overtuigd dat burgers steeds meer vervreemden van hun lokale politiek als de gemeente steeds groter wordt. Nee, voor een Amsterdammer maakt het niet uit, voor een Groninger of Eindhovenaar ook niet; die voelen zich betrokken bij hun grote stad en dat zal niet veranderen. Maar wat te denken van de man in Roden; het zijn van een Noordenvelder is al erg genoeg. Straks is hij misschien een Noord-Drent. Tsja, dan kan het lokale bestuur je weinig schelen. En ik zelf? Hardenberger voel ik me wel, maar straks word ik misschien een Vechtdaller. Ik vind Dalfsen een mooie plaats, maar ik heb, althans op dit moment, niet veel gevoel bij de vraag of 35 kilometer verderop wel of geen buurthuis komt. Geen gevoel meer hebben bij je eigen gemeente is niet goed. Die onvermijdelijke vervreemding van je eigen gemeente vind ik wel zorgelijk. Dat vind ik erger dan dat een gemeente al zijn taken niet helemaal zelf kan doen. Daar zijn ook samenwerkingsverbanden voor te bedenken. Vind je het niet belangrijk dat een gemeente de eerste overheid is die dicht bij de burger staat, dan is ook de vervreemding ervan minder belangrijk. Maar zou je dan niet beter het hele fenomeen gemeente kunnen afschaffen? Ik ben daar nog niet aan toe. Ik fulmineer niet, maar het verplicht moeten opschalen naar gemeenten met meer dan 100.000 inwoners vind ik een slechte zaak. Vrijwillig fuseren is prima, maar laat een gemeente dicht bij de burger, ook al telt die gemeente maar 50.000 mensen.